vanuit een Christelijke levensovertuiging

De plaats van het gevoel in de Bijbel

Hoe wij ons voelen, dat drukt zich uit in ons lijf. Daarom kan het lichaam goed dienen als een soort van kompas van ons gevoelsleven. De signalen van ons lichaam zeggen iets over ons, wat er in ons aan gevoelens leeft. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon: 1Sam. 14:15, Ezra 10:9, Ps. 31: 10-b, 11-b, Ps. 32:3, Ps. 84:3, Spreuken 14:30, enzovoorts. Om ons van onze gevoelens bewust te zijn moeten we in contact zijn met ons lichaam.

Wij leven in een wereld waarin het door God gegeven verstand en het verstandig handelen erg hoog gewaardeerd worden. Dit is echter niet wat de Bijbel zegt. Opvallend is dat het woord hart bijna 6x vaker voorkomt in de Bijbel dan het woord verstand (**). Nergens in de Bijbel is te herleiden dat het verstand dominant is aan het voelen. Soms kun je keuzes maken op basis van je gevoel en soms op basis van je ratio. Beide vermogens zeggen iets over je. Met het voortdurend maken van keuzes op basis van je ratio doe je een essentieel deel van je eigenheid te kort. En, bovenal, voor het kunnen hebben van een onderlinge relatie is een open en een vrij hart waardoor gevoelens vrij kunnen stromen, belangrijk. Gevoelens zijn een belangrijke drijfveer voor het menselijk handelen. Op basis van verstand én gevoel kun je komen tot evenwichtige beslissingen. Het is essentieel deze gevoelens te onderkennen en uit te spreken. Gevoelens hoeven een eenduidig te zijn. Ook Jezus kende “gemengde gevoelens”; verschillende gevoelens in een bepaalde situatie (boos en bedroefd: Mc. 3:5).

De Bijbel geeft vele voorbeelden van hoe mensen en hoe Jezus zelf met gevoelens zijn omgegaan. Veelvuldig zijn de gevoelens gerelateerd aan het besef van een zonde. Gevoelens kun je wegstoppen (Gen. 3:8), gevoelens kun je onderkennen en uiten (Mat. 26:37-b, 38; Luc. 15:20), gevoelens kunnen een drijfveer zijn om je oorspronkelijke plan te veranderen (Mat. 14: 13-14; Luc. 8:46, 10: 33-34) of om op een bijzondere manier te handelen (Luc. 7:44). Zet je niet vast in je gevoelens (Lev. 19:17; Ef. 4:26). Breng ze bij God (Ps. 21:3; Ps. 32:3; Fil. 4:6) en bij je naaste (Jak. 5:16). Wees open en eerlijk in wat er in je leeft (Ps. 142, 1 Petr. 2:1 HSV), naar elkaar toe en daarmee naar God (Joz. 7:19). Het is ook belangrijk om met het uiten van wat er in je leeft niet te lang te wachten (Ef. 4:26).

(**) Wijsheid, het woord “Chochma” in het Hebreeuws, wordt in de Nederlandse vertaling zelfs vertaald als: “wijs van hart” , Ex. 35:25 (HSV). Het begrip “wijsheid” omvat daarmee hartewijsheid, d.w.z. de vaardigheid om goed te functioneren in het leven, in plaats van de wijsheid van het verstand! In de Hebreeuwse context worden handarbeiders/vaklieden evenveel gewaardeerd als “verstandige mensen” zoals de rabbijnen.